Ik ben begonnen met het bouwen van werelden. Op mijn vijftiende maakte ik games, en dat gevoel is nooit weggegaan: een idee pakken en het zo ver brengen dat het uit zichzelf tot leven komt.
Dat is precies wat al mijn projecten met elkaar delen. Of het nu een AI is die tussen gesprekken door een geheugen en een eigen stem opbouwt, een platform waar de bedrijfssoftware van klanten op draait, of een adviesmotor die ondernemers blijft helpen: het zijn geen opdrachten die af zijn, maar systemen die doorgaan nadat ik een stap terug doe.
De meeste mensen kun je in één vak ontmoeten. Ze denken mee over het concept, of ze schrijven de code, of ze vertellen het verhaal eromheen. Bij mij zit dat in één hoofd. Ik schrijf de software én de filosofie erachter, en dat maakt dat de dingen die ik bouw op beide niveaus kloppen.
De laatste jaren is daar een schaal bij gekomen die ik alleen nooit had gehaald. Ik werk met een vloot AI-agents die dag en nacht meedraaien, zodat ik als eenpitter het werk van een team lever zonder een team te zijn. Innovatie is voor mij geen woord op een slide. Het is vijftien jaar lang hetzelfde doen: iets nieuws van niets naar draaiend krijgen.